«Het einde van de economische crisis is nog niet in zicht. Meer nog, 2010 wordt voor de auto-industrie nog zwaarder dan 2009”. Dat zegt Patrick Pélata, Operations Director van Renault Groupe en rechterhand van grote baas Carlos Ghosn.
In België doen Renault en Dacia het nochtans goed, want volgens de pas gepubliceerde FEBIAC-cijfers van nieuwe inschrijvingen blijkt dat Renault eerste staat na de eerste 6 maanden van 2009, met een marktaandeel in personenwagens van 9,9% en ook Dacia steeg in marktaandeel naar 0,8%. Vanwaar dan deze pessimistische voorspelling ?
“Als directie van een onderneming is het in moeilijke tijden altijd gezonder om rekening te houden met een negatief dan wel met een positief scenario”, zegt Patrick Pélata. “Daarnaast geloven we dat het effect van de slooppremie voor oude wagens in Europa zal uitdeinen en dat dit een weerslag heeft op de verkoopresultaten in 2010, omdat de crisis dan nog lang niet is uitgezongen.” Renault Groupe bereidt zich dus voor op een moeilijk jaar, maar de heer Pélata is ervan overtuigd dat de groep zijn plaats binnen de top 5 van autoconstructeurs kan behouden. “De crisis heeft bepaalde geplande internationale investeringen ‘on hold’ gezet, maar de technologische investeringen inzake motoren, milieuvriendelijke technologieën en elektrische voertuigen, die we samen met Nissan voeren, zullen voor 100% doorgaan.” De enige lancering die uitgesteld wordt, is die van onze nieuwe Espace. “De crisis zal het segment van de Espace immers danig veranderen en we willen een goed zicht hebben op die verandering alvorens verder te gaan met de ontwikkeling en lancering ervan.” Deze beslissing betekent allerminst dat Renault geen vertrouwen meer zou hebben in de hogere wagensegmenten. In 2010 staat de lancering van een gloednieuwe grote 4-deurs berline gepland die boven de Laguna gepositioneerd wordt.
Nog 4 moeilijke jaren
Uiteraard reageerde de heer Pélata ook op de steunmaatregelen van de Amerikaanse regering voor de GM groep. “De massale hulp voor GM is tot vandaag een Amerikaans verhaal, dus wij worden hierdoor niet meteen bedreigd. Maar het is vanuit het concurrentiegegeven natuurlijk wel gevaarlijk als een overheid zich op dergelijke manier bemoeit met een belangrijke economische speler. In Europa is de GM-situatie nog steeds te onduidelijk om conclusies te trekken. Vandaag kan ik alleen stellen dat we de lopende contracten met GM respecteren en zullen uitdienen.” De consolidatie die momenteel op de automarkt bezig is, zal volgens de heer Pélata nog enkele jaren duren. “Deze consolidatie is niet van gisteren, maar gaat ver terug en ze zal zeker nog duren totdat de crisis volledig voorbij is en we verwachten dat dit niet vroeger dan over 4 à 5 jaar zal zijn. Consolidatie is nu eenmaal geen sprint, maar een marathon.”
Elektrische toekomst
Een sleutelement in de ontwikkelingstrategie van Renault Groupe is het geloof in de elektrische wagen. Door de samenwerking met Nissan hoopt Renault de eerste constructeur te zijn die elektrische modellen in massaproductie zullen aanbieden. Deze modellen – er zijn er 4 in ontwikkeling voor een lancering in 2011-2012 - zullen naar comfort, functionaliteit en gebruik waardige vervangers zijn van de huidige modellen op fossiele brandstof. “Elektrische voertuigen zijn vandaag het enige alternatief dat een forse CO2-reductie kan bewerkstelligen. Onze samenwerking met Nissan is op dit vlak cruciaal, want zij waren begin jaren ’90 de eerste automobielconstructeur die zich actief heeft toegelegd op de ontwikkeling van lithiumbatterijen. Vandaag is die expertise een belangrijke troef, omdat we als groep zowel de kennis over de batterijen in huis hebben als de knowhow op het vlak van productie van elektrische wagens. Bovendien is petroleum structureel erg duur geworden en zal die door de ontwikkeling van landen zoals India en China nog duurder worden, wat de vraag naar efficiënte alternatieven alleen maar kan stimuleren. Tot slot blijkt uit studies en onderzoek dat 1/3 van de bestuurders voor hun dagelijkse verplaatsingen minder dan 100 km afleggen, dus ook inzake actieradius is er geen probleem.” Renault Groupe erkent dat een elektrisch voertuig financieel pas een interessant alternatief is als er jaarlijks een 12.000 km mee wordt afgelegd. Naar heroplading van de batterij toe is Renault grote voorstander van een wisselsysteem. “Een wisselsysteem beperkt de immobiliteit van de bestuurder. Door de koppeling van de batterij aan een intelligente GPS wordt de bestuurder op tijd begeleid naar een servicepunt waar de batterij snel vervangen wordt. We zijn momenteel met de overheden aan het onderhandelen over een aanpassing van de infrastructuur, zodat ons plan in de beste omstandigheden realiteit kan worden.” Als motivatie naar de overheden toe haalt Patrick Pélata drie argumenten aan: “Naast de zorg voor het milieu en de massale CO2-reductie, is er de enorme besparing op de petroleumfactuur van elk land en deze infrastructuuruitgaven zijn vanuit politiek en economisch oogpunt veilige en goede uitgaven naar de toekomst toe. Ideaal zou een geharmoniseerde en duidelijke Europese autofiscaliteit zijn in dit verband, maar de fiscale wegen van de diverse overheden zijn ondoorgrondelijk. Al moet ik toegeven dat ze sinds het uitbarsten van de economische crisis meer bereidheid tonen om naar ons te luisteren.”
Fleetmarkt als testmarkt
Voor de introductie van deze elektrische Renault-wagens rekent Patrick Pélata op de hulp van de fleetsector. “De fleet business is zeer belangrijk voor onze groep, omdat we er zowel met onze personenwagens als met onze bedrijfsvoertuigen aanwezig zijn. De laatste jaren hebben we enkele fleetpluimen verloren, maar we zullen de fleetmarkt actief blijven bewerken om de B2B-klant op de best mogelijke manier te bedienen.
Het is niet de gemakkelijkste markt, want de klanten zijn goed geïnformeerd en veeleisend, maar het is een markt die vertrouwen biedt. Daarnaast is deze markt een ideale platform om nieuwe ontwikkelingen te introduceren, zoals de elektrische nieuwigheden, omdat het een rationele markt is, die kijkt naar kostenefficiëntie.”
| 04/07/2009 |