De rendabiliteit van de merkenconcessiehouders in ons land is op 3 jaar tijd gedaald met bijna 30%. Dat blijkt uit de financiële barometer die de Groepering van de Autodealers en agenten (GDA) op 28 oktober in Brussel heeft voorgesteld. GDA, een afdeling van FEDERAUTO, peilt om de twee jaar bij haar leden naar hun financiële toestand. In totaal namen 2.143 verkoopspunten (autodealers, -agenten en vrachtwagendistribiteurs) deel aan de enquête.
Het gemiddelde nettoresultaat bij de autodealers bedroeg in 2007 nog 89.571 euro. Een jaar later was dit teruggevallen tot 78.94 euro. In 2009 slonk de rendabiliteit verder tot 63.650 euro. De economische crisis en de daling van het aantal inschrijvingen van voertuigen hebben dus duidelijk een impact gehad. En wie dacht dat vorig jaar het zwaarste achter rug was, heeft het mis. Zo daalde het rendement van de omzet bij autodealers van 0,65% in 2008 naar 0,62% in 2009.
Opvallend, de agenten zagen hun gemiddelde winst tussen 2007 en 2009 met 37% stijgen (van 19.603 euro in 2007 tot 26.860 euro in 2009). “De onafhankelijke autoverkoper heeft dan ook minder structurele kosten dan de merkenconcessiehouder die gebonden is aan de eisen die de invoerder stelt aan de inrichting van de showroom en de werkplaats”, ziet Patrick Valckx van consultancybureau KPMG als mogelijke verklaring.
Hadden de autodealers het de voorbije jaren zeer kwaad, dan is dit klein bier vergeleken met de vrachtwagendistributeurs die tot in het hart werden getroffen. Tussen 2008 en 2009 daalde de rendabiliteit met maar liefst 74%. Ondanks dit dramatische cijfer heeft de gemiddelde truck dealer nauwelijks gesnoeid in het personeelsbestand. Dit in tegenstelling tot de autodealers en agenten waar een lichte daling werd vastgesteld.
Relatie merkinvoerder - concessiehouder
De GDA ging voorts na hoe het gesteld is met de relatie tussen de merkenconcessiehouder en invoerder. Uit de bevragingen blijkt dat de concessiehouder van mening is dat het beleid van de constructeurs weinig bijdraagt tot zijn rendabiliteit. De twee belangrijkste bezwaren zijn de te lage marges op nieuwe wagens en de te hoge administratieve taken.
Ook op het gebied van technische bijstand, commerciële dienstverlening, publiciteitsondersteuning, dienst na verkoop en fleetverkoop voelt de concessiehouder zich weinig gesteund.
9 op 10 van de concessiehouders vindt voorts dat de tussenkomsten onder garantie vanwege de invoerder ontoereikend zijn en dat ze niet geholpen zijn bij de overheidskortingen op factuur van 3 en 15% voor milieuvriendelijke wagens.
De concessiehouder verwacht tevens meer steun als het gaat om tweedehandswagens. “Het feit dat de invoerder hiervoor minder interesse toont, is opvallend”, aldus Patrick Valckx van KPMG. “Omdat de markt van tweedehandse personenwagens vorig jaar een belangrijke stijging kende met 4%.”
Voorzitter Carl Veys van de GDA concludeert uit de enquête dat samenwerking tussen dealers en invoerders meer dan ooit noodzakelijk is. « In de onderhandelingen tussen invoerders en overheid over dossiers die onze leden aanbelangen, willen we betrokken worden als een volwaardige partner.” Veys geeft het voorbeeld van de voorfinanciering bij overheidskortingen van de milieuvriendelijke wagens waar dealers voor moeten instaan en die “achter onze rug werd beslist”, aldus Veys.
BMW heeft beste relatie met dealer
Marc Sterckx wint Financial Award 2009
| 29/10/2010 | Stijn Phlix